De opleiding is opgebouwd uit vijf fasen. Naast die 5 fasen heb je doorlopend ook nog drie algemene leervelden: Nederlands/communicatie, Engels en Leren, loopbaan en burgerschap.
Fase 1 Oriëntatie fase (8 dagdelen)
Deelnemers verbreden hun blik op verschillende aspecten van wonen en werken in een wijk of buurt. Aan bod komen onder andere de plaats van volkshuisvesting in de maatschappij,
de taken van de wijkwerker en de opbouw en functie van het werkgebied.
Fase 2 Schoon, heel en veilig (8 dagdelen)
Deelnemers leren systematisch signaleren en handelen én met bewoners communiceren over alle zaken die te maken hebben met schoon, heel en veilig. Je leert actieplannen opstellen, die kunnen gaan over onderhoud en schoonmaak van gebouwen, over de groene omgeving of over het bevorderen van veiligheidsgevoelens.
Fase 3 Duurzaamheid (4 dagdelen)
Deelnemers leren wat duurzaamheid is en hoe kan duurzaam wonen bevorderd kan worden. Van belang daarbij is onder andere communicatie met bewoners om duurzaam woongedrag te stimuleren.
Fase 4 Leefbaarheid (12 dagdelen)
Leefbaarheid van wijk en buurt is een nagenoeg onuitputtelijk onderwerp. Een greep uit de onderwerpen die langs komen: Wat verstaan we eigenlijk onder leefbaarheid? Hoe kun je het beïnvloeden? Wie zijn de bewoners? Wat zijn hun achtergronden? En hoe communiceer je met alle partijen? Welke samenwerkingsverbanden zijn er binnen het werkgebied of kunnen georganiseerd worden? Hoe pak je dat aan?
Fase 5 Afstudeerfase (8 dagdelen)
De afstudeerfase staat in het teken van “Samen werken aan de wijk”. Deelnemers kiezen een onderwerp dat past bij het eigen werkgebied, maken een plan en voeren dit uit. Op basis daarvan wordt een Proeve van Bekwaamheid afgenomen en, als die met goed gevolg wordt afgelegd, ben je een MBO-diploma rijk!