futura
zeggenschap in zicht
‘Het participatielandschap verschuift van een overzichtelijke structuur van formele huurdersinspraak naar een onoverzichtelijke mengelmoes van initiatieven om huurders betrokken te krijgen’ (Liebrand & Rus). Veel corporaties worstelen met de dilemma’s die dat oplevert.

Hoofdvraag

In hoeverre kunnen (nieuwe) formele vormen van participatie worden verbonden met (recent ontwikkelde) informele vormen van participatie, en ingepast worden in de bestaande kaders van woningcorporaties?

Resultaat

Onderzoeksrapportage & adviezen over vernieuwde (kaders van) formele participatie in de volkshuisvesting en de verbinding daarvan met informele participatie.

Werkwijze

We doen literatuuronderzoek en er vinden interviews plaats met maatschappelijke ondernemers in den lande. Om de relevantie van de resultaten te toetsen is er een klankbordgroep van corporatiemedewerkers. Daarnaast zal het eindresultaat ‘droog’ worden toegepast op één corporatie uit de Brabantse praktijk.

Bemensing

Projectleider  Anita Hendrikse
Onderzoek  Geert Mennen (UvT)
Klankbordgroep  Wilbert van Bakel (Woonbedrijf), Tanja Appels (AlleeWonen), Janine van Heertum (Zayaz) 
Annelies Wals (Thuisvester) Renate Dekker (Casade)

Achtergrondinfo

Tijdens het Futurasymposium Wonen in Brabant werd in een workshop aandacht besteed aan de RMO-verkenning Stem geven aan verankering en het belang van de dialoog tussen corporaties en hun achterban.