Tijdens de eerste bijeenkomst hebben we inzicht verkregen in de definitie gezondheid en gezond binnenmilieu. Door de open houding van de projectgroep en hoogwaardige kwaliteit van de sprekers was het een constructieve bijeenkomst waarin het onderwerp echt is gaan leven.
Annelies van Bronswijk, hoogleraar Gezondheidstechniek gebouwde omgeving, gaf een duidelijk beeld van de relatie tussen gezondheid en gebouw. Er is een relatie tussen de gebouwde omgeving met veel ziekten als aandoeningen aan luchtwegen en influenza. Daarnaast gaf ze inzicht in de onderzoeken zoals die momenteel lopen of zijn afgerond, zoals de gezondheidsclassificering van nieuwe en te renoveren woningen.
Waardevolle adviezen aan de projectgroep om als ontwikkelaar en beheerder te kunnen zorgen voor een optimaal gezond binnenmilieu:
 |
Het sturen op leefstijlen. Het blijkt namelijk dat het opvoeden en voorlichten van mensen niet leid tot structureel ander gedrag. Er zou veel beter gekeken moeten worden welke leefstijl mensen hebben en wat hun woon-gewoontes zijn. Vervolgens zou de toewijzing van hun woning daarop aangesloten moeten worden. |
 |
Daarnaast is aan te bevelen een risicoanalyse te maken van de technische toepassingen voor aspecten als installatie, onderhoud en gebruik mee te nemen. |
Frans de Haas, bestuurder Duurzame Energie Platform Woningen en secretaris platform Binnenmilieu, startte zijn pleidooi dat het bouwbesluit zeker geen garantie is voor een goede gezonde woning. Extra aandachtspunten voor gezond ventileren zijn bijvoorbeeld dat ventilatie voldoende regelbaar moet zijn en geen geluids(hinder) mag veroorzaken.
Verder gaf hij aan dat het energieverbruik in woningen sterk is gereduceerd. Willen we daar nog verdere stappen in ondernemen dan is het noodzakelijk om op conceptniveau te gaan denken. Het conceptueel bouwen is door het integraal ontwerpen de oplossing om samenwerking tussen vakgebieden en daarmee optimalisatie te verwezenlijken. Vervolgens ging hij in op het belang om ambities voor een gezond binnenmilieu te koppelen aan het strategisch voorraadbeleid van woningcorporaties.